Bozar

Ravensteinstraat 23
1000 Brussel
+32 (0)2 507 82 00

Het imposante Art Deco gebouw van architect Victor Horta is een huis van vele muziekjes waar jazz van in het begin een belangrijke plaats opeiste. De ganse evolutie van het genre passeerde hier de revue, van Louis Armstrong en de wereld van de bigbands via bebop en freejazz van de woelige jaren zestig tot de laatste ontwikkelingen op gebied van electrojazz. Met ingang van het seizoen 2014-2015 willen de verantwoordelijken aan de hand van een eclectisch samengesteld programma aantonen dat BOZAR meer dan ooit verleden en heden van de jazz samenbrengt en zo een blik op de toekomst biedt.

Het begin


18-04-1934 Gala du Jazz au Palais des Beaux-Arts : Cab Calloway et son orchestre du Cotton Club
Bron: Les Beaux-Arts: Moniteur de la vie artistique, publié par le Palais des Beaux-Arts de Bruxelles jg. 4 (1933-1934) nr. 121 p. 6

De officiële inwijding van het gebouw vond plaats in 1928. De eerste jazzexplosie op grote schaal brak net los. Het Brusselse publiek had al kunnen kennismaken met de nieuwe Amerikaanse rage aan de hand van een aantal concerten op verschillende locaties in de hoofdstad (o.a. in het Alhambra-gebouw). Bozar werkte toen nog met het systeem van zaalverhuur. Iemand die het jazzpotentieel van dit kunstenhuis vlug inzag, was Felix Faecq. De man had reeds een eigen muziekuitgeverij en een tijdschrift. In 1932 richtte hij de Jazz Club de Belgique op en organiseerde hij concerten maar ook wedstrijden voor jazzorkesten in het PSK. Vanaf het seizoen 1932-1933 deed jazz dan ook volop zijn intrede en volgden er al snel optredens van o.a. Jack Hylton et ses Boys, Ray Ventura et ses collégiens, Jack Payne & His Band en The Mills Brothers. De grootste namen op de affiche waren Cab Calloway ( “Le plus Célèbre Orchestre Nègre de New-York”, 18 april 1934) en Louis Armstrong (“et son fameux jazz nègre”) die in november van datzelfde jaar maar liefst drie maal uitgenodigd werd.

Van bigbands tot bebop


04/05-04-1942 Programma Radio Monde présente Django Reinhardt
Bron: Archief van het Paleis voor Schone Kunsten Brussel – Fonds PSK vzw

Zelfs tijdens WO II bleef jazz levendig aanwezig met o.a. Django Reinhardt en Stan Brenders. Typerend was dat door de papierschaarste geen programmaboekjes gedrukt werden en de archieven uit die tijd een paar hiaten vertonen. Veel gebeurde ook in de halve clandestiniteit maar belangrijke bigbands waaronder deze van Robert de Kers and his Cabaret Kings concerteerden wel nog officieel in het PSK.

In de twee decennia na de oorlog (1945-1965) wisselden verleden, heden en toekomst van de jazz elkaar af op de affiche. The Ramblers, Louis Armstrong, Sidney Bechet en Benny Goodman waren nog steeds graag geziene gasten maar met Dizzy Gillespie (19 februari 1948) werd een nieuwe tijd ingeluid. De bebop kwam eraan en bezoekers van het PSK kregen al meteen een voorsmaakje. Ze konden tevens kennis maken met o.a. Kenny Clark, Roy Eldridge, Gerry Mulligan evenals met Art Blakey (die een trouwe klant werd). De populariteit van de bigbands bleef nog wel nazinderen met passages van Stan Kenton, Lionel Hampton, Count Basie en Duke Ellington.


18-03-1956 Flyer Hot Club de Belgique - Jazz at the Beaux-Arts: Lucky Thompson
Bron: Archief van het Paleis voor Schone Kunsten Brussel – Fonds PSK vzw

In Amerika maakte Norman Granz ondertussen furore met het organiseren van zijn ‘Jazz at the Philharmonic’. De hele revue kwam ook naar Europa met haltes in het PSK. Het was de kans om grote vedetten als Oscar Peterson en Ella Fitzgerald live aan het werk te zien. Ook George Weins’ karavaan ‘Jazz From Newport’ maakte de overtocht met aan boord o.a. Jimmy Rushing en Buck Clayton. De West Coast jazz werd eveneens in de kijker geplaatst met Chet Baker, June Christy en het Bud Shank Quartet. Daartussen had je ook nog Kid Ory & His Creole Jazz Band.

Anderen die het podium van de Henry Le Boeufzaal vereeuwigden in de jazzanalen waren o.a. Sarah Vaughan, Ray Charles, Erroll Garner, Jimmy Smith, Max Roach en Abbey Lincoln. Een droomaffiche was deze van 4 november 1956: Morris Levy’s Birdland ‘56 met The Modern Jazz Quartet, Miles Davis, Bud Powell en Lester Young.

Van free tot electro

Eind jaren zestig, begin jaren zeventig woedde een hevige culturele revolutie. Concerten werden performances. Memorabel was de spraakmakende passage van de groep Alterations (met o.a. David Toop en Steve Beresford) waarbij koorden gespannen werden om de bezoekers van de expo bewust te hinderen. Een van de muzikanten dook zelfs een vuilbak in. Ook de Belgen speelden een belangrijke rol met pioniers als Fred Van Hove en Paul Van Gijsegem voorop. Het Willy Roggeman Jazz Lab, opgericht in 1967 en een van de baanbrekers in het genre, werd zelfs door de toenmalige BRT in 1972 uitgenodigd om op te treden in het PSK.

Ondertussen bleven de grote Amerikaanse vedetten kind aan huis terwijl een nieuwe generatie volgde. Zo sierden de namen van zowel Dave Brubeck en Count Basie de affiches als deze van Ornette Coleman en Buddy Rich.


04-11-1962 Foto (© Minsart Brussel) Filharmonsche Vereniging Jazz-Concert: Fats Domino
Bron: Archief van het Paleis voor Schone Kunsten Brussel - Fonds Filharmonische Vereniging

Dankzij ‘Jazz From Newport’ maakte het publiek van het PSK verder kennis met de crème de la crème van de Amerikaanse jazz. Onder hen ondertussen legendarisch klinkende namen als Charles Mingus, Earl Hines, Thelonious Monk, Sonny Stitt, Kay Winding, Cannonball Adderley en nog zovele anderen.

En het bleef maar doorgaan waarbij generaties en evoluties elkaar afwisselden. Dianna Reeves, Sonny Rollins, Ahmad Jamal maar ook Dianna Krall, Erik Truffaz en zelfs Woody Allen en zijn New Orleans Jazz Band volgden elkaar op.

Belgische artiesten kregen steeds ruime aandacht. Toots Thielemans en Philip Catherine hielden hier verjaardagsconcerten, Kris Defoort was ‘artist in residence’ (2006-2007) en het Brussels Jazz Orchestra zorgde voor een van de topmomenten. 

Ondertussen evolueert jazz alsmaar verder. Ook de nieuwste tendensen krijgen een plaats in het programma. Met bijvoorbeeld Jozef Dumoulin, Joachim Badenhorst en Gregory Porter bewijzen ze bij BOZAR dat ze de vinger op de pols houden wat de recente ontwikkelingen betreft. Door gebruik te maken van twee “kleinere” zalen (respectievelijk 450 en 220 plaatsen) creëren ze bovendien de mogelijkheid om een nichepubliek te bereiken dat niet alleen interesse heeft in gevestigde waarden. “We zitten met een redelijke hoogconjunctuur wat talent betreft, zeker in België. Het is dus bijna vanzelfsprekend dat we daar ruimte aan geven” verklaart jazzadviseur Rob Leurentop. “Het is een bewuste keuze” verduidelijkt programmator Tony Van der Eecken. “Vroeger kwam jazz er wat bij, nu bouwen we een eigen karakter uit. We werken daarom bijvoorbeeld ook nauw samen met scholen en organiseren masterclasses.” Wie hier regelmatig naar een jazzconcert komt, kan zeggen dat hij of zij verleden, heden en toekomst van de jazz in BOZAR zag.

Extra 

We vroegen aan Rob Leurentop een top drie van jazzplaten die je absoluut moet kennen. Hij koos voor de volgende aanraders die meteen een speciale betekenis hebben voor de stad Brussel en de Belgische jazz in het algemeen.

* ‘Ne Me Quitte Pas’ van Toots Thielemans (Milan Records): een live opname uit 1987 in BOZAR met een jonge Fred Hersch in de band. Hersch is ondertussen een gevestigde waarde als een van de grote pianisten en staat met Dave Holland op een double bill in BOZAR dit seizoen.

* 'From Belgium With Love' (Universal Music): een vijfdelige cd-collectie tegen een zacht prijsje met historische opnames van Bobby Jaspar, René Thomas, Django Reinhardt, The Stan Brenders Big Band, Gus Viseur en opnieuw Toots Thielemans.

* 'Bennink & Co' * Han Bennink Trio (ILK Records, 2012): deze legendarische Nederlandse drummer leidt een uitdagend trio en nodigt de Belgische klarinettist Joachim Badenhorst uit als gast met het Ho Bynum-Fujiwara duo tijdens het seizoen 14-15 in BOZAR.